Borstvoeding combineren met flesvoeding

Ik weet als geen ander hoe spannend het kan voelen om borstvoeding combineren met flesvoeding voor het eerst te overwegen. Misschien zit je midden in het kraambed en vraag je je af of je wel genoeg melk produceert, of misschien voelt het idee van een fles erbij gewoon praktischer. Wat de reden ook is, je bent zeker niet de enige die dit overweegt. In feite krijgt meer dan een derde van de borstvoedende baby’s in de eerste zes maanden wel eens flesvoeding bijgevoerd. En hoewel dat soms een beetje als “valsspelen” kan voelen, kan het juist een hele fijne en flexibele oplossing zijn.

Ik heb zelf ook weleens in die situatie gezeten waarin ik dacht: “Doe ik het wel goed? Verlies ik straks mijn melkproductie als ik ineens de fles geef?” Er is zóveel informatie beschikbaar dat je door de bomen het bos haast niet meer ziet. Daarom wil ik graag op een relaxte en bemoedigende manier met je delen wat je kunt verwachten, hoe je kunt opstarten en waar je op moet letten. We zitten hier samen in en mijn belangrijkste tip is: vertrouw op jezelf en op je baby. Geen enkel kindje is hetzelfde, en wat voor jouw buurvrouw werkt, hoeft niet per se bij jou te passen. Maar met wat extra kennis op zak, is de kans groot dat je een prettige balans vindt tussen het gemak van flesvoeding en de voordelen van borstvoeding.

In de komende paragrafen gaan we samen kijken naar de redenen achter het combineren van borst en fles, geef ik tips over het optimaliseren van je voedingsschema en deel ik welke flesjes en speentjes een soepele overgang ondersteunen. Ook ontdek je hoe je tepel-speenverwarring kunt voorkomen en hoe je precies bepaalt hoeveel melk in welke vorm je kleintje nodig heeft. Neem gerust de tijd om alles op je gemak door te lezen en stel jezelf hierbij de vraag: “Wat past het best bij mij en mijn baby?” Vergeet vooral niet dat je het hartstikke goed doet. Klaar om aan de slag te gaan? Laten we samen ontdekken wat er allemaal mogelijk is.

Waarom borstvoeding en flesvoeding combineren?

Het combineren van borstvoeding en flesvoeding, ook wel combo-feeding of mixed feeding genoemd, kan om allerlei redenen interessant zijn. Misschien wil je even op adem komen van het vele voeden aan de borst, of heb je binnenkort verplichtingen buitenshuis en kan iemand anders helpen met het geven van een fles. Sommige ouders kiezen voor deze combinatie omdat de melkproductie niet altijd toereikend voelt. Anderen doen het juist omdat ze wat meer vrijheid willen hebben in hun dagritme. Het geeft je de flexibiliteit om ook eens de deur uit te gaan zonder dat je baby volledig afhankelijk is van jouw aanwezigheid.

Bovendien kan formulesuppletie je helpen om de borstvoeding langer vol te houden. Volgens een recente bevraging onder nieuwe moeders geven 8 op de 10 aan dat combinatievoeding (dus borstvoeding en flesvoeding) ervoor zorgt dat ze uiteindelijk langer borstvoeding geven dan wanneer ze exclusief aan de borst zouden voeden. Dat is best logisch: als je je fysiek of mentaal overbelast voelt, is het verleidelijk om volledig te stoppen. Met af en toe de fles erbij kun je jezelf wat ademruimte gunnen, waardoor je de voordelen van moedermelk behoudt.

Wanneer is dit een goede keuze?

Soms kan de combinatie van borst en fles een tijdelijke oplossing zijn, bijvoorbeeld als je herstellende bent van een keizersnede of medische ingreep. Je bent dan niet altijd fit genoeg om voortdurend aan te leggen, en die paar flesjes kunnen net dat extra steuntje bieden. Ook als je baby wat afvalt na de geboorte of meer voeding nodig heeft (bijvoorbeeld omdat hij of zij een ‘hongerige baby’ is), kan flesvoeding een aanvulling vormen op je natuurlijke aanmaak van moedermelk. Voor een kind met speciale voedingsbehoeften, of wanneer het toeleven naar een regelmatig voedingsritme wat moeizamer gaat, kan de combinatie bovendien bijdragen aan een betere groeicurve en meer rust voor jullie allebei.

Persoonlijk vind ik het grootste voordeel dat je als ouder iets meer tijd hebt om te rusten. Wanneer je partner of een familielid periodiek een flesje kan geven, kun jij even kennismaken met een langere nacht of een ononderbroken dutje. Daarnaast helpt het mensen om weer sneller sociale en werkgerelateerde activiteiten op te pakken zonder zich schuldig te voelen over het “wegvallen” van de borstvoeding.

Welke flesvoeding past bij borstvoeding?

Dat ligt er een beetje aan wat jouw baby nodig heeft en wat je eigen voorkeur is. In de basis is koemelk-gebaseerde, met ijzer verrijkte formule de meest gangbare en aanbevolen optie. Veel commerciële merken hebben voor de Nederlandse markt formules die dicht bij moedermelk proberen te komen, onder andere door toevoeging van essentiële vetzuren, prebiotica en voldoende vitaminen en mineralen. Volgens de huidige richtlijnen bevatten alle commerciële babyvoedingen in Nederland genoeg voedingsstoffen om je kindje gezond en gelukkig te laten groeien.

Sommige ouders kiezen voor biologisch of hypoallergeen als hun baby gevoelig blijkt te reageren. Er bestaan bijvoorbeeld merken die speciaal ontwikkeld zijn om op de maag en darmen van kleine baby’s te letten, wat kan helpen bij krampjes of reflux. Slim is om bij twijfel altijd even te overleggen met een kraamverzorgende, consultatiebureau of lactatiekundige. Zij kunnen voorstellen doen die passen bij jouw persoonlijke situatie. Wil je in één oogopslag zien welke soorten flesvoeding er zijn en wat hun verschillen zijn? Dan kun je bijvoorbeeld een kijkje nemen bij beste flesvoeding baby.

Hoe combineer je borstvoeding en flesvoeding?

De grote vraag is natuurlijk hoe je deze twee voedingen in de praktijk samenvoegt zonder jezelf in de knoop te werken en je baby te veel te verwarren. Het belangrijkste is een beetje geduld. Probeer eerst een goede borstvoedingsroutine op te bouwen, meestal rond de drie tot zes weken na de geboorte, zodat je baby het aanhappen en zuigen aan de borst helemaal onder de knie heeft. Daarna kun je een flesje introduceerden. Vaak is het handig om één of twee keer per dag een fles te geven, zodat jullie samen wennen aan deze nieuwe manier van voeden.

Als je geleidelijk borstvoedingen vervangt door een fles, voorkom je grote schommelingen in je melkproductie. Het is niet zo dat je meteen ‘alle’ voedingen moet vervangen. Sommige moeders vinden het prettig om alleen in de avond een fles in te zetten, terwijl anderen liever overdag flesvoeding geven en ‘s nachts borstvoeding blijven aanbieden. Voel aan wat voor jou haalbaar is en luister naar het eetritme van je kindje. Ben je bang dat je baby de fles niet wil? Begin dan met een kleine hoeveelheid in de fles, zodat het niet zonde is als hij besluit na een paar slokjes te stoppen.

Op welke momenten geef je de fles?

Er is geen gouden regel voor het meest ideale moment. Wel kan het slim zijn om meteen na een borstvoeding een uurtje te wachten en dan pas een flesje formule te geven. Zo voorkom je dat je baby verwarrende signalen krijgt (want je baby zal de borst net hebben gehad, maar is misschien nog niet helemaal verzadigd). Je kunt dan een klein flesje aanbieden als ‘aanvulling’. Sommige ouders geven juist liever een flesje tijdens dat moment op de dag waarop hun kindje het meest hongerig is, omdat het soms sneller kan gaan en de baby zo tevredener raakt.

Over het algemeen helpt het als de persoon die de fles geeft niet diegene is die ‘normaal’ de borst geeft. Baby’s ruiken melk en associëren mama met borstvoeding. Een partner of opa/oma die de fles geeft, kan voor je kleintje duidelijkheid scheppen. Je verdwijnt echter niet zomaar uit beeld, want jouw nabijheid en warmte blijven belangrijk. Maar sta jezelf toe om even wat anders te doen, terwijl iemand anders voedt.

Hoe voorkom je tepel-speenverwarring?

Tepel-speenverwarring kan ontstaan als een baby de ene keer aan de borst moet werken voor melk en de andere keer gemakkelijk en snel uit een fles kan drinken. De zuigtechniek verschilt namelijk. De zogeheten ‘flow’ van de fles kan de baby lui maken aan de borst. Daarom kan het verstandig zijn om een speen te kiezen met een lage doorstroomsnelheid (low flow), waardoor je kindje op de fles net zo hard moet ‘werk’ leveren als aan de borst. Dit verkleint de kans dat je baby de borst afwijst omdat het uit de fles makkelijker gaat.

Paced feeding is ook een handige techniek. Daarbij houd je het flesje horizontaal en las je korte pauzes in alsof je baby zelf een beetje moet ‘trekken’ aan de melk. Zo boots je het ritme van borstvoeding na. Daarnaast kun je lekker huid-op-huidcontact doen. Hou je baby dicht tegen je aan bij het flesgeven, zodat de associatie met geborgenheid en warmte blijft, vergelijkbaar met een borstvoedingssessie.

Hoeveel borstvoeding vs. flesvoeding?

Het blijft een heet hangijzer: hoe zorg je ervoor dat je baby voldoende van alle voedingsstoffen binnenkrijgt? De ene moeder produceert meer melk dan de andere, en elk kind heeft andere voedingsbehoeften. Als je besluit de voedingsmomenten te verdelen tussen borst en fles, is het handig om een beetje bij te houden hoeveel flesjes je geeft en hoeveel milliliter daarin gaat. Dat betekent niet dat je elke druppel moet turven, maar een globale richtlijn helpt om te zien of je kindje genoeg krijgt. Het consultatiebureau of de lactatiekundige kan je hierin adviseren.

Pas wel op dat je niet ineens meerdere borstvoedingen tegelijk vervangt door de fles, want dan kan je lichaam denken dat de vraag naar moedermelk is afgenomen en zakt de productie te snel. Wat hierbij kan helpen is om nog steeds regelmatig aan te leggen of te kolven als je baby een flesje krijgt. Op die manier blijft je lichaam gestimuleerd om melk aan te maken. Vind je het lastig om te bepalen hoeveel borstvoeding je daarnaast nog kunt geven? Neem dan gerust contact op met iemand die is gespecialiseerd in deze combinatie, zoals een lactatiekundige.

Hoe pas je het voedingsschema aan?

Een baby reageert veelal op vraag en aanbod. Als je wisselend borst- en flesvoeding geeft, kan je schema er bijvoorbeeld zo uitzien:

  • ‘s Ochtends: borstvoeding.
  • Laat in de ochtend: flesje (of opnieuw borst).
  • Midden op de dag: borstvoeding.
  • Eind van de middag: flesje.
  • Avond: borstvoeding.
  • Laat op de avond: afhankelijk van je eigen voorkeur een fles of borstvoeding.

Dit is maar een simpel voorbeeld. Sommige ouders kiezen ervoor vooral ‘s nachts de borst te geven omdat de melkproductie dan hoger is en het rustig kan verlopen. Anderen willen juist ‘s nachts liever een fles, zodat iemand anders kan voeden. Vertrouw op je eigen ritme en de hongersignalen van je kindje. Als je merkt dat je baby na een flesje nog onrustig is, is het prima om kort daarna nog even borstvoeding aan te bieden. Zo houd je het soepel en zorg je ervoor dat je baby geen honger lijdt.

Hoeveel moedermelk per fles?

Wanneer je afgekolfde moedermelk in een flesje geeft, is het soms lastig in te schatten hoeveel er nu precies in moet. De hoeveelheid kan variëren, afhankelijk van de leeftijd en het drinkgedrag van je baby. Als grove indicatie kun je gebruikmaken van de volgende tabel:

Leeftijd van de babyAantal voedingen per 24 uurHoeveelheid moedermelk per fles (gemiddeld)
0-2 weken8-1230-60 ml
2-6 weken7-960-90 ml
6 weken-3 maanden6-890-120 ml
3-6 maanden5-6120-150 ml
6-12 maanden4-5150-180 ml

Dit overzicht is een ruwe richtlijn. Sommige baby’s gaan per fles al snel richting de 180 ml, terwijl anderen na 100 ml stoppen omdat ze vol zitten. Ieder kleintje is anders. Ook de totale hoeveelheid moedermelk of flesvoeding per dag varieert, want de ene baby slaapt ‘s nachts wat langer door en de andere wil juist vaker kleine beetjes. Wil je meer weten over exacte hoeveelheden, kijk dan eens bij hoeveel borstvoeding per leeftijd.

Beste flesjes en speentjes voor een soepele overgang

Wat helpt om je baby zonder gedoe vanuit de borst af en toe een flesje te laten drinken, is de keuze van een goede fles en speen. Sommige merken hebben speciaal ontworpen modellen waarmee geprobeerd wordt de vorm en het drinkcomfort van een borst na te bootsen. Denk aan een bredere speenbasis, een langzame doorstroom en materialen die aanvoelen als zacht silicone. Zelf merkte ik dat een langzame speen mij hielp om mijn kindje niet te snel te laten drinken, waardoor hij meer rust kreeg en geen ‘voorkeur’ ontwikkelde voor de fles.

Vanuit de praktijk hoor ik vaak goede verhalen over flesjes die een anti-koliekventiel hebben, wat de kans op krampjes en overtollige luchtinname vermindert. Let er dus niet alleen op dat de vorm van de speen borstvoeding nabootst, maar ook dat het flesje past bij je baby’s drinktempo. Sommige kleintjes willen erg gretig en snel drinken, anderen doen alles lekker op hun gemak. Probeer één of twee soorten flessen en bekijk hoe je baby reageert.

Welke speen lijkt het meest op de borst?

Er bestaan speentjes die extra omtrek hebben aan de basis, zodat de mond van de baby zich in een wijdere hoek opent, vergelijkbaar met aanhappen aan de borst. Vaak heet dat “brede speen” of “brede hals.” Daarnaast zijn er fabrikanten die de vorm van de tepel en tepelhof nabootsen, en beloven dat het de overgang van borst naar fles makkelijker maakt. Zelf heb ik met wisselend succes zulke varianten gebruikt: voor de ene baby werkt het perfect, de andere baby lijkt geen verschil te merken en pakt elk flesje.

  • Let op de flow. Kies een speen met lage doorstroomsnelheid.
  • Kijk naar antikrampjessystemen, waarbij lucht beter gereguleerd wordt.
  • Houd de fles in een min of meer horizontale hoek, zodat je kindje “moet werken” voor de melk.

Heb je twijfels of je baby goed hapt? Overleg gerust met een vriendelijke lactatiekundige of een consultatiebureau. Soms is het de kunst van net even de juiste trucjes inschakelen en rust bewaren.

Hoe laat je je baby wennen aan de fles?

Stel, je wilt binnenkort weer aan het werk of je moet een paar uur van huis. Hoe bereid je je kindje voor? Begin niet pas een dag van tevoren, maar oefen eerder al een paar keer. Je kunt bijvoorbeeld eerst afgekolfde melk in een fles geven, zodat je baby went aan de flesmethode maar nog wel de vertrouwde smaak van moedermelk heeft. Gaat dat goed? Dan kun je overstappen op combinaties van istergeval een deel moedermelk, een deel flesvoeding, of volledig flesvoeding. Mocht je de overstap naar alleen formule willen maken, kun je langzaamaan de kolfmomenten verminderen. Kijk voor meer info over die overstap bij overstappen van borstvoeding naar flesvoeding.

Het kan helpen als jij niet in de buurt bent bij het eerste flesmoment. Baby’s herkennen jouw geur en associëren die met de borst. Een partner, familielid of vriend(in) kan het flesje aanbieden terwijl jij even in een andere kamer bent. Zo went je kindje in een veilige omgeving zonder meteen te willen teruggrijpen naar de borst. Wees niet teleurgesteld als het de eerste keer misgaat. Een baby kan wennen soms best spannend vinden. Gun elkaar de tijd en probeer eventueel een ander moment van de dag.

Veelgestelde vragen

Hieronder vind je een aantal vragen die ik vaak hoor als het gaat om het combineren van borst en fles. Het kan best ingewikkeld aanvoelen, dus hopelijk bieden deze antwoorden je wat rust en helderheid.

  1. Kan het combineren van borst en fles mijn melkproductie verminderen?
    Ja, dat kan, vooral als je te snel overstapt en te veel borstvoedingen vervangt door flesvoedingen. Je lichaam reageert op een dalende vraag door minder melk aan te maken. Wil je je productie op peil houden? Probeer nog steeds regelmatig te kolven wanneer de fles wordt gegeven, en blijf frequent aanleggen, zeker in de eerste paar weken.

  2. Hoe introduceer ik flesvoeding zonder dat mijn baby de borst volledig weigert?
    De beste manier: stapje voor stapje. Geef eerst één flesje per dag, liefst op een vast moment. Kies een speen met langzame flow en houd de fles in een half-horizontale positie (paced feeding). Let ook op extra huid-op-huidcontact, zodat je baby de warmte en nabijheid blijft ervaren die het kent van borstvoeding.

  3. Is het erg als ik al heel vroeg na de geboorte begin met flesvoeding?
    Sommige ouders doen het direct vanaf de geboorte, anderen wachten 3-6 weken totdat borstvoeding goed loopt. De kans op tepel-speenverwarring is groter als je in de allereerste dagen al een fles introduceert, maar dat hoeft echt niet voor elk kind problematisch te zijn. Luister naar je eigen gevoel en overleg met een professional als je twijfelt.

  4. Welke formule is het beste om bij te voeden?
    Over het algemeen wordt een koemelk-gebaseerde, ijzerverrijkte formule aangeraden. Heb je twijfels over allergieën of krampjes? Kijk dan of hypoallergene of comfort-varianten uitkomst bieden. Wil je precies weten welke soorten er zijn, check dan verschil tussen borstvoeding en flesvoeding.

  5. Hoe weet ik of mijn baby genoeg drinkt?
    Let op een paar belangrijke signalen: voldoende plasluiers (gemiddeld zo’n 6 per dag), rustige slaapperiodes, en een gestage gewichtstoename. Twijfel je? Dan kun je altijd contact opnemen met het consultatiebureau, je verloskundige of een lactatiekundige.

  6. Kan ik weer terug naar exclusief borstvoeding als ik eenmaal flesvoeding heb geïntroduceerd?
    Dat is zeker mogelijk, al vergt het wat geduld en toewijding. Bied de borst opnieuw vaker aan, doe veel huid-op-huid en bouw de flesvoedingen langzaam af. Je lichaam heeft tijd nodig om de productie weer op te krikken en je baby moet ook weer wennen aan alleen de borst. Soms helpt het om tijdelijk vaker te kolven.

  7. Hoe ga ik om met evt. darmkrampjes of reflux bij combinatievoeding?
    Sommige baby’s slikken meer lucht in uit een fles dan aan de borst. Dit kan voor extra gas en kramp zorgen. Probeer daarom regelmatig te ‘boeren’ tijdens en na het flesmoment. Mochten de klachten aanhouden, is het altijd goed om te kijken of een ander type speen of fles beter is. Raadpleeg eventueel voeding bij reflux en darmkrampjes.

  8. Hoe plan ik nachtvoedingen in als ik zowel borst- als flesvoeding geef?
    Je kunt ervoor kiezen om alle nachtvoedingen met de borst te doen, omdat het makkelijker en sneller kan zijn om je baby aan te leggen in bed. Maar als je meer rust wilt, mag een fles ‘s nachts natuurlijk ook. Bespreek met je partner of het haalbaar is dat hij/zij een fles geeft, zodat jij kunt doorslapen.

  9. Vanaf welke leeftijd kan ik vaste voeding introduceren als ik combineer?
    De meeste adviezen raden aan rond de 6 maanden te beginnen met oefenhapjes, maar dat kan per kleintje verschillen. Wil je er meer over lezen, check dan wanneer beginnen met vaste voeding.

  10. Wat als mijn baby de fles weigert, maar ik écht weg moet?
    Dan is het vaak een kwestie van blijven proberen en zoeken naar de juiste speen of houding. Soms helpt het om een andere temperatuur te proberen of om de fles te geven als je baby niet superhongerig is, maar net iets lichter trek heeft. Als het echt niet lukt, kun je overwegen om een bekertje of lepeltje te gebruiken voor kortdurende periodes.

Uiteindelijk is de crux dat er geen absolute goed-of-fout is. Elke ouder en elke baby is anders, en wat voor de een werkt, is voor de ander niet altijd de oplossing. Het is écht oké om af en toe een flesje te geven als je daardoor je borstvoedingstraject met plezier kunt voortzetten. Met een beetje oefening, geduld en ondersteuning kom je vaak tot een mooie balans. En weet dat je het niet alleen doet: professionals, lactatiekundigen, vrienden, familie, allemaal kunnen ze een rol spelen in jouw avontuur om borstvoeding en flesvoeding samen te brengen.

Blijf luisteren naar je kindje en je eigen lijf. Het is normaal dat je in het begin wat onzeker bent en een beetje moet uitproberen. Maar stap voor stap (of slokje voor slokje) kom je erachter wat voor jullie werkt. En onthoud: elke druppel moedermelk is mooi meegenomen, of dat er nu één per dag is of tien. Ik sta achter je en moedig je aan. Jij kent je baby het beste, dus durf te vertrouwen op je eigen instinct. Samen gaan we ervoor!

Scroll naar boven