Hoe communiceer je met een baby die nog niet praat

Ik weet hoe het voelt om met een klein hummeltje op schoot te zitten en te denken: “Hoe kan ik nou ‘praten’ met iemand die nog niet eens woordjes kan vormen?” Toch is communiceren met je baby vanaf het allereerste moment ontzettend waardevol. Baby’s komen immers ter wereld met een natuurlijke drang om contact te maken. Zelfs voordat je kleintje kan brabbelen, bouw je met simpele woordjes, oogcontact en gebaren al aan jullie band. In deze blog deel ik mijn eigen ervaringen en handige tips gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, zodat het communiceren met je baby ook voor jou gemakkelijker voelt.

Luisteren naar je baby

Ik heb gemerkt dat luisteren naar een baby niet alleen gaat over woorden (die er nog niet zijn). Het begint met letten op geluidjes, huiltjes en zelfs momenten van stilte. Ik kijk vaak naar mijn kleintje en vraag me af: “Wat wil je me vertellen?” Die nieuwsgierigheid maakt me meer open om te begrijpen wat hij écht nodig heeft.

  • Vanaf ongeveer 1 tot 3 maanden zie je dat baby’s nog veel huilen om te communiceren. Ze cooien, gorgelen en maken soms al zachte klinkerklankjes zoals “ooh” of “aah”.
  • Het helpt om bewust te luisteren. Is het huiltje hoog en scherp, of eerder laag en zeurderig? Soms betekent het honger, soms onrust.
  • Door actief te reageren, voelt je baby zich gehoord. Een simpele reactie als “Ik hoor je, ben je moe?” is al een vorm van luisteren. Je geeft je baby het idee dat jij hem begrijpt, ook al kan hij nog niet terugpraten.

Volgens een bekend onderzoek uit 1995 van Betty Hart en Todd Risley horen kinderen uit gezinnen met meer tijd en middelen vaak veel meer woorden dan kinderen uit minder kansrijke gezinnen, en krijgen ze ook vaker positief commentaar. Dat laat me zien dat elk woord, elke reactie, ertoe doet. Zelfs als ik me soms gek voel door tegen een baby te “praten,” besef ik dat dit de basis is voor een rijke taalontwikkeling.

Benoem en herhaal klanken

Ik ben erachter gekomen dat baby’s dol zijn op klanken die direct op hun eigen geluidjes lijken. Als mijn baby “ooh” zegt, herhaal ik heel enthousiast “ooh!” Daardoor leert hij dat geluiden heen en weer kunnen gaan, precies zoals in een gesprek.

  • Benoem wat je hoort: “Hoor ik daar een ‘ah’?”
  • Verbind klanken aan voorwerpen: “Dit is je fles. Fles… fleees.”
  • Herhaal klanken met variatie in toonhoogte. Zo blijft het grappig en prikkel je de aandacht.

Dit herhalen van klanken is ook gesteund door onderzoek in Psychological Science waaruit blijkt dat baby’s extra baat hebben bij echte, tweerichtingsconversaties. Zelfs die piepkleine klanken zijn belangrijk. Ze vormen de bouwstenen voor later praten en leren luisteren. Ik let er bijvoorbeeld op dat ik langzaam en duidelijk spreek, met korte zinnen: “Wat hoor ik daar? Is dat ‘ah-ah’?” of “Maak je een ‘ooh-geluidje’? Wat knap!”

Focus op lichaamstaal

Mijn baby reageert niet alleen met geluiden, maar ook met blikken, beweging van de armpjes en beentjes en gezichtsuitdrukkingen. Als ik zie dat hij glimlacht wanneer ik iets zeg, neem ik dat waar als een “Ik vind het leuk!”-reactie. Lichaamstaal is dus ontzettend waardevol om te ontdekken waar je baby zich prettig bij voelt.

Veelvoorkomende signalen

Hieronder een kleine tabel die mij helpt om lichaamstaal beter te herkennen:

Signaal van de baby Mogelijke betekenis
Hoofd wegdraaien Te veel prikkels of even pauze
Handjes naar mij uitsteken Verlangen naar interactie
Wrijven in oogjes Vermoeidheid of overprikkeling
Fijne glimlach of twinkelende oogjes Interesse, plezier of alertheid

Door bewust te kijken naar dit soort signalen, wordt communiceren met je baby een stuk makkelijker. Soms houd ik het simpel: kijkt mijn zoon me lang aan en lach ik terug, dan ontstaat er al een vorm van “gesprek.” Zo voelt hij zich begrepen. Wil hij juist wegkijken? Dan geef ik hem even rust. Ik hoor veel ouders zich afvragen of hun baby hen wel begrijpt. Ik zeg altijd: misschien begrijpt je kindje niet elk woord, maar wél jouw warmte, toon en geduld.

Praat tijdens het voeden

Voedingsmomenten zijn voor mij de ideale gelegenheid om rustig met mijn baby te praten. Vaak zit ik in een comfortabele stoel, dichtbij zijn gezichtje. Dit is hét moment om hem mijn stem te laten horen en met hem te babbelen over wat we doen.

  • Ik benoem wat er gebeurt: “Nu pakken we je fles,” of “Je lijkt hongerig. Wil je een slokje?”
  • Als hij uit mijn borst of fles drinkt, zeg ik af en toe: “Lekker hé?” Ik hou het kort, zodat hij niet in de war raakt tijdens het drinken.
  • Soms maak ik gekke geluidjes, en dan zie ik zijn oogjes groter worden. Dan weet ik: hij geniet van de interactie.

Onderzoek laat zien dat baby’s al tijdens het eten leren door geuren, smaken en het horen van je stem. Ze zien je gezicht, je mimiek en horen de woorden. Ik vind het heel fijn om deze momenten te gebruiken om hem actief aan te moedigen. Daarnaast moet hij vaak genoeg gevoed worden, soms wel om de twee uur. Daardoor krijg je heel wat kansen om te oefenen met praten, zingen of gewoon te fluisteren: “Je doet het zo goed!”

Maak ruimte voor gesprek

Hoewel ik in mijn eentje aan het woord ben, probeer ik stiltes in te bouwen zodat mijn baby kan “antwoorden” met geluidjes. Dat wekelijkse moment waarin het lijkt alsof hij “terugpraat,” is voor mij zo bijzonder. Ik ben gaan begrijpen dat een paar seconden stilte al genoeg is. Je geeft je kindje tijd om te reageren.

  • Ik gebruik een vraag aan het eind van mijn zinnetje: “Ben je blij?” en daarna wacht ik even.
  • Soms merk ik dat hij geluidjes maakt als reactie. Dan knik ik en zeg: “Wat leuk dat je dat zegt!” Gewoon alsof het een echt antwoord is.
  • Deze mimiek en toon wissel ik af. Ik ga soms wat harder praten, fluister dan weer. Zo leert hij verschillende klanken kennen.

Ook volgens een studie in Psychological Science is kwaliteit van interactie belangrijker dan alleen het aantal woorden. Dus ik probeer bewuste gesprekken te voeren, zelfs wanneer ik alleen maar denk: “Ik snap er misschien niets van, maar hij heeft wel door dat ik op hem reageer.” Zo voelt hij zich gehoord en blijft hij langer alert en geïnteresseerd.

Speel met toon en mimiek

Ik geloof dat babies noten horen als muziek. Daarom verander ik mijn stem, trek gekke gezichten en gebruik “babytaal” oftewel child-directed speech. Dat heet ook wel “parentese” en werkt omdat baby’s gemakkelijker reageren op die hoge, melodieuze toon. Ik zie dat aan hoe mijn baby zijn ogen opent en zijn mondje in een blij gezichtje verandert.

  • Ik overdrijf mijn gezichtsuitdrukkingen. “Wow, kijk eens hier!” met grote ogen en een brede lach.
  • Ik voeg gebaren toe, zoals zwaaien met mijn hand of wijzen naar iets leuks.
  • Herhaling helpt. Ik zeg “Kijk, een bal! Een bal!” en maak een op-en-neer beweging met mijn hand. Dan lijkt hij bijna te glimlachen omdat het grappig klinkt.

Onderzoekers benadrukken dat deze manier van communiceren zelfs de hersenen stimuleert bij verschillende sociaal-economische achtergronden. Ik zie het als een vorm van theater voor mijn baby: hij is het publiek, en ik ben de actrice die de show opvoert. Dat mag best een tikje overdreven of lachwekkend zijn, want hij zuigt die prikkels gretig op.

Gebruik speelmomenten

Voor mij is spelen de ideale setting om te praten, gebaren en klanken te oefenen. Ik leg vaak een knisperboekje of rammelaar voor hem neer en vertel met een vrolijke stem wat we doen. Op bol.com kwam ik leuke speeltjes tegen die speciaal ontworpen zijn om interactie te stimuleren, zoals een kleurrijk knisperboek of een kleine zachte bal met piepgeluid. Tijdens het spelen praten we als het ware “over” het speeltje en maken we er een echt dialoogje van.

  • “Wat hoor ik nu? Een ritselgeluid!”
  • “Raak je de rammelaar aan? Wauw, wat klinkt dat leuk!”
  • “Ik zie dat je de bal vastpakt. Knap, hè?”

Deze eenvoudige zinnetjes geven mijn baby het gevoel dat we samen iets ontdekken. Bovendien rapporteert onderzoek dat baby’s die regelmatig ouder-kind interactie krijgen, vaak eerder gaan praten en meer woordjes leren. Soms zie ik dat ik slechts een paar minuutjes hoef te spelen en praten om zijn gezichtje te doen oplichten. Hij “vertelt” dan een heel verhaal terug in zijn eigen babytaal.

Producttips van bol.com

Hier een paar dingen die ik persoonlijk heel fijn vind tijdens speelmomenten:

  1. Knisperboekjes met verschillende texturen – die maken geluid en dagen je baby uit om te voelen en te luisteren.
  2. Een rammelaar met felle kleurtjes – stimuleert visuele aandacht én motoriek.
  3. Speelkleden of speelgyms – je kunt ernaast zitten en vertellen wat je baby “ziet” of “hoort” wanneer hij met handjes of voetjes iets aantikt.

Ik schep er plezier in om die momenten zoveel mogelijk aan te grijpen voor communicatie. Zelfs als mijn kleintje nog geen echte woordjes spreekt, voel ik dat hij zich gehoord en gezien voelt.

Signaleren van ontwikkelingsproblemen

Ik weet dat het spannend kan zijn als je je zorgen maakt over de taal- of spraakontwikkeling van je baby. Je vraagt je misschien af of je baby wat achterloopt of dat er misschien sprake is van een taalstoornis. Volgens de National Institute on Deafness and Other Communication Disorders kunnen er verschillende oorzaken zijn wanneer baby’s minder reageren of minder snel klanken beginnen te maken. Denk aan gehoorproblemen, ontwikkelingsachterstanden, of ander medische uitdagingen.

  • Let op babbelen en brabbelen. Zowel “bababa” als “dadada” zijn typisch rond 6 tot 9 maanden.
  • Rond 3 maanden verwacht je al coo-geluidjes. Blijft dit uit, dan is het goed om advies te vragen aan een zorgverlener.
  • Heeft je baby moeite met reageren op harde geluiden of schrikt hij nooit? Dan kan er mogelijk een gehoorprobleem spelen.

Voor ouders in Nederland is het consultatiebureau vaak de eerste plek om zorgen te delen. Daar kun je overleggen of een verwijzing naar een logopedist nodig is. Ik heb geleerd dat hoe eerder je ingrijpt, hoe beter. In de Verenigde Staten biedt men Early Intervention Programs aan, hier kun je in ons eigen zorgsysteem terecht voor onderzoeken. Als je kindje extra ondersteuning nodig heeft, dan is het zaak dat je snel met experts praat. Wacht niet te lang. Het mooie is dat snelle hulp de kans vergroot op een betere taalontwikkeling later.

Sommige onderzoekers, zoals de groep die sprak over developmental language disorder (DLD), leggen uit dat een genetische variant een rol kan spelen. Maar in veel gevallen gaat het om milde vertraging die door extra stimulans en interactie kan verbeteren. In zulke situaties kun je dus blijven reageren op signalen van je baby en proberen om spelenderwijs meer taalmomenten in te bouwen.

Geen conclusie, wel een bemoediging

Ik heb zelf ervaren hoe bijzonder het is om met een baby te communiceren, ook al krijg ik nog geen echte woordjes terug. Ik hou in mijn achterhoofd dat de eerste drie jaar cruciaal zijn voor de taal- en spraakontwikkeling. Door regelmatig te praten, herhalen, lachen en oogcontact te maken, leg ik een stevige basis. Ik besef dat dit niet altijd makkelijk is, vooral als ik moe ben of weinig tijd heb, maar zelfs een paar minuten bewust samenzijn maakt al verschil.

Dié aanpak voelt voor mij als een samenwerking. Ik zie de groei in kleine stapjes. Soms gebeurt er ineens zo’n magisch moment dat mijn zoon een nieuw klankje produceert, een soort “praten tegen me.” Dan voel ik gewoon: “We komen steeds dichter bij echte woordjes.” En dat enthousiasme wil ik dolgraag met je delen. Ik gun je het vertrouwen dat je, met elke lach, elk geluid en elk gesprek, je baby helpt in zijn ontwikkeling. Je bent niet alleen, en je doet het fantastisch. Ga door met praten, spelen, lachen en ontdekken. Je baby luistert – en communiceert – op zijn eigen, schitterende manier.

Scroll naar boven